Sociale media: wat doen al die prikkels met je hersenen?

Petra en Wendy

We kennen het bijna allemaal wel. Op een verloren momentje even door de Facebooktijdlijn scrollen of tijdens de koffie even zien wie er op Twitter nog iets leuks heeft geplaatst. Maar ook buiten deze momenten krijgen we vaak berichtjes via onze telefoon van sociale media, appjes en mailtjes. Ook als je veel met de computer werkt, zie je de mailtjes vaak binnenkomen en moet je beslissen of je meteen reageert of niet.

 

Er wordt de laatste jaren meer onderzoek gedaan naar de invloed van deze continue stroom aan prikkels die er de laatste jaren is. Heeft dit effect op je hersenen? En zo ja, hoe dan? En moeten we nu allemaal de smartphone in de kast leggen?

 

Focus of flexibiliteit

Neuro-wetenschapper Roshan Cools doet onderzoek naar verschillende hersengebieden die met aandacht en focus te maken hebben. Zij heeft hierover verteld in het programma ‘De Kennis van Nu’. In je hersenen zijn er een aantal gebieden die met name belangrijk zijn voor het hebben van voldoende gerichte aandacht en focus om bij je taak te blijven. Deze gebieden liggen met name in de voorste delen van de hersenen en bovenop je achterhoofd.  Andere delen, die dieper in je hersenen liggen, zorgen ervoor dat je continu je omgeving scant op interessante, relevante prikkels maar ook op tekenen van mogelijk gevaar.  

 

Volgens Roshan Cools gaat het erom dat de balans tussen deze hersengebieden goed is. Als je je alleen maar focust op de huidige taak verlies je je flexibiliteit en je vermogen om open te staan voor nieuwe prikkels. Als je je echter relatief vaak op de prikkels uit de omgeving richt, wordt het steeds moeilijker om je te focussen op één taak. Uit het onderzoek van Roshan Cools blijkt dat ritalin ervoor zorgt dat de gebieden die te maken hebben met gerichte aandacht en focus actiever worden. Dit effect op de hersenen is tijdelijk (bron: Roshan Cools via De Kennis van Nu).

 

Als je telefoon bliept of trilt, reageer je hier vrijwel altijd op. Ook als je niet meteen op je telefoon kijkt, ben je je toch bewust van de prikkel die binnen is gekomen. Je aandacht gaat er even naar toe. Is het een nieuwe like op je Facebookpost? Een whatsappje over het etentje van vanavond? Een berichtje op je telefoon of computer dat je aandacht vraagt activeert dus de gebieden die erop gericht zijn om je omgeving telkens te scannen en te bepalen wat relevant is. Maar is dit erg? Kun je niet gewoon die twee dingen tegelijk?

 

Multitasking

Onderzoeker Niels Taatgen doet onderzoek naar multitasking. Iets wat we dus vrij veel doen als je werk of school combineert met sociale media, mails en whatsappjes. Uit zijn onderzoek blijkt dat we wel twee dingen tegelijk kunnen, maar dat we ze niet zo goed en snel doen als  wanneer we ze één voor één zouden doen. Vooral als beide taken moeilijk zijn en je er je werkgeheugen voor moet gebruiken, gaat het uitvoeren van de taak langzamer. Uit de hersenscans die tijdens het onderzoek van Niels Taatgen zijn gedaan, komt naar voren dat de hersengebieden die een belangrijke rol spelen in het werkgeheugen actiever zijn tijdens multitasking, wat erop wijst dat deze gebieden harder moeten werken om de taak nog goed te kunnen doen (bron: Niels Taatgen via De Kennis van Nu). Je werkgeheugen heeft een maximale capaciteit en wanneer het in beslag wordt genomen door een aantal taken, kunnen er op een gegeven moment geen taken meer bij.

 

Minder goede prestaties bij het vaak gebruiken van sociale media

In het programma ‘De Kennis van Nu’ wordt ook verwezen naar Amerikaans onderzoek. Hierbij werd studenten gevraagd aan te geven hoe vaak ze sociale media gebruiken. Het bleek zo te zijn dat studenten die aangaven ‘vaak’ sociale media te gebruiken, gemiddeld twee punten (op een schaal van één tot tien) lager scoorden op een test dan de studenten die aangaven minder vaak sociale media te gebruiken. Het zou natuurlijk ook kunnen dat de studenten die meer moeite hebben met de test vaker sociale media gebruiken, dit bewijst nog niet dat sociale media gebruik leidt tot slechtere prestaties.

 

Mensen die veel switchen tussen sociale media, sites en werk kunnen echter niet beter multitasken dan mensen die dit weinig doen. Misschien verwacht je dat ze er beter in worden, maar ze scoren juist beduidend slechter (bron: ASAPscience). Mogelijk kunnen zij, door het vaak toelaten van andere stimuli, uiteindelijk niet meer goed filteren wat belangrijk is en wat niet. Of zouden hun gebieden gericht op het scannen van de omgeving sterker zijn geworden ten koste van de gebieden voor gerichte aandacht, die je toch zeker nodig hebt bij multitasking?

 

Waarom we het toch (te) vaak doen

Waarom vinden we onze telefoon bij de hand, Facebook onder de knop en direct kunnen zien wie ons een berichtje stuurt dan toch zo prettig, als het ons vooral afleidt en onze prestaties misschien wel belemmert? Daar zijn in ieder geval twee mogelijke verklaringen voor.

 

De eerste verklaring geeft Niels Taatgen. Uit zijn vervolgonderzoek blijkt namelijk, dat als één van de delen van je hersenen even niets te doen heeft, het op zoek gaat naar een taak. En als je dan verwacht dat dit juist gebeurt tijdens makkelijke taken, dan klopt dat volgens dit onderzoek niet. Uit het experiment blijkt dat juist bij moeilijke taken, als je ogen even niets te doen hebben omdat je nadenkt, je vaker naar andere prikkels, zoals een leuk filmpje, gaat kijken (bron: Niels Taatgen via De Kennis van Nu).

 

Waarom doen je hersenen dat dan? Het is toch niet handig? Nee, momenteel is dat waarschijnlijk inderdaad niet zo handig. Maar vroeger (lang, lang geleden) werden er heel andere eisen aan je hersenen gesteld. Dan was het juist nuttig dat je continu hersencapaciteit die even ‘over’ was gebruikte om te zien of er ook gevaar dreigde. Zoals een leeuw om de hoek van je dorp… Of om te zien of iedereen in de groep nog wel bij elkaar is tijdens een reis. Dus waarschijnlijk zijn onze hersenen hier heel goed in geworden in de loop der duizenden jaren.

 

Een tweede verklaring is dat tijdens het gebruik van sociale media het beloningscentrum in de hersenen actiever wordt en er meer dopamine vrijkomt. Een stofje dat je een fijn gevoel geeft. Dit stofje komt ook vrij bij andere dingen die we prettig vinden, zoals eten, roken, sociale contacten maar ook drugs bijvoorbeeld. Iedere like of retweet heeft dus effect op dit beloningscentrum. Deze invloed per like is echter wel kleiner dan de beloning die alcohol of drugs triggert, gelukkig! Hoe groot het effect is, is nog niet onderzocht, maar geschat wordt dat dit vergelijkbaar zal zijn aan het belonende effect van lekker eten (bron: Volkskrant). Je hersenen werken zo dat er steeds weer gezocht wordt naar het belonende effect. Als het gaat om sociale media, krijg je steeds vaker de neiging om op je telefoon of tablet te kijken.

 

Conclusie

De voorlopige conclusie lijkt dan ook te zijn dat je door het veelvuldig laten afleiden door sociale media er op korte termijn voor zorgt dat je minder efficiënt je werkgeheugen kunt gebruiken en werken meer energie kost. Op de lange termijn lijkt het erop dat je minder goed wordt in multitasking. Door het belonende effect van sociale media en/of de neiging van je hersenen om steeds ‘iets te doen’ te hebben, kan het moeilijk zijn om grenzen te stellen aan het gebruik van sociale media. En veelvuldig gebruik van sociale media bleek onder studenten samen te gaan met minder goede prestaties.

 

Moeten we sociale media dan maar helemaal vermijden? Gelukkig zijn er ook positieve kanten aan het gebruik. Hoe meer connecties iemand heeft op Facebook, hoe meer hij of zij deze ook in het echte leven heeft en hoe meer cellen in de sociale gebieden er zijn. Of zou het zo zijn dat meer cellen in de sociale gebieden leiden tot meer sociale contacten, zowel online als offline? En liefdesrelaties die online zijn ontstaan, hebben gemiddeld een langere levensduur dan relaties die op een andere manier zijn ontstaan. Sociale media met mate gebruiken en soms even minderen lijkt op dit moment dus het beste advies te zijn!

Over ons

  • Vernieuwende behandelvorm
  • Heldere uitleg
  • Inzichtelijke vooruitgang
  • Geen bijwerkingen
  • Persoonlijk!